Verhalen

Historische terugblik Klompendorp Sint-Oedenrode

By 24 november 2020 No Comments

In Sint-Oedenrode, oftewel Rooi, ‘het groene hart van de Meierij’ speelden sinds jaar en dag de klompenmakers een belangrijke rol in het maatschappelijke leven.

Voor het eerst in de 17e eeuw worden klompenmakers met name genoemd. In 1674 betaalde de armmeester aan Willem Lamberts vier gulden “voor clompen die aen sijn huijse voor de arme liedens worden geheult”. In datzelfde jaar krijgt ook Dierck Jan Dierck 14 stuivers uitbetaald “voor clompen der arme lieden”.

Bij de volkstelling in 1849 gaven zich 33 klompenmakers op en 4 knechten. Vanaf 1889 steeg het aantal klompenmakerijen gestaag. Deze ‘bloei’-periode in de Rooise klompenmakerij bereikte haar top rond de eeuwwisseling, Vanaf 1919 zet de teruggang in. In 1925 kwamen B. en W. van Sint-Oedenrode met het voorstel om de regering te verzoeken maatregelen te nemen om de moordende concurrentie van Belgische klompenmakers, die hun klompen voor ongeveer de helft van de Nederlandse prijs op de markt brachten, aan banden te leggen. België had echter zijn uitvoer gekoppeld aan de invoer uit Nederland van Philips Gloeilampen. De regering kon dus heel weinig doen.

Door de mechanisatie, ingezet 1921 door Gebr. Van de Laar, werd de klompenmakerij ook in Sint-Oedenrode wat men noemt grootschalig. Een handwerker maakte toen ongeveer 1200 paar klompen per jaar, een arbeider aan de machine kwam tot wel 3800 paar.

In 1948 waren er in Sint-Oedenrode 26 klompenmakerijen met 100 man personeel actief maar daarvan waren er volgens de telling in 1977 van de Nederlandse Herstructureringsmaatschappij (NEHEM) nog maar acht over.